Aardwarmte

Betrokken Partijen

Provincie

Provincies kunnen in de hoedanigheid van grondeigenaar, adviserend bestuursorgaan, of belanghebbende betrokken zijn bij geothermie.

Grondeigenaar
Provincies die als grondeigenaar te maken krijgen met gaswinning, moeten de daarmee gepaard gaande werkzaamheden en bouwwerken op hun terreinen gedogen. De mijnbouwmaatschappij moet rekening houden met de wensen van de eigenaar ten aanzien van het grondgebruik.

Adviserend bestuursorgaan
Provincies treden op als adviseur van de minister bij opsporings- en winningsvergunningen die op hun provincie betrekking hebben (artikel 16 Mbw). Het adviesrecht heeft betrekking op provinciale belangen. De provincies kunnen als eigenaar van de drinkwaterbedrijven hiermee  aandacht vragen voor het beschermen van de kwaliteit van de regionale grond- en oppervlakte wateren. Als voor een proefboring een wijziging van het inpassingsplan nodig is dan vraagt de minister aan de provincie een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (Vvgb) om de omgevingsvergunning voor het afwijken van inpassingsplan te kunnen verlenen. Een Vvgb is niet nodig wanneer de minister in overeenstemming met de minister van I&M beslist dat een project van nationaal ruimtelijk belang is of de rijkscöordinatieregeling van toepassing is.  Bij deze procedure, die niet lichtvaardig wordt toegepast, komt de minister in goed overleg met de betreffende provincie(s) tot een besluit.

De provincie heeft een algemeen adviesrecht bij de instemming van de minister met het winningsplan. Dit adviesrecht geldt ook wanneer de minister het winningsplan  wijzigt  of  intrekt. 

De provincie kan ook in andere gevallen met betrekking tot milieu, omgeving en ruimtelijke ordening om advies gevraagd worden indien: 

een omgevingsvergunning is vereist waarbij het Rijk bevoegd gezag is;

een vergunning is vereist op grond van de Natuurbeschermingswet;

de activiteiten plaatsvinden in een grondwaterbeschermingsgebied, zoals opgenomen in de Provinciale Milieuverordening;

bij het onttrekken of lozen van water van bepaalde hoeveelheden of voor bepaalde doeleinden (industriële toepassingen) een vergunning vereist is (in andere gevallen is een vergunning vereist van het Waterschap); 

·       de activiteiten plaatsvinden op een geluidgezoneerd terrein;

·       sprake is van een monument buiten de bebouwde kom;

·       sprake is van de gecoördineerde omgevingsvergunning. 

Provinciale Staten wordt om een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) gevraagd bij:

·       afwijking van een inpassingsplan; 

·       afwijking van de ruimtelijke verordening waarin regels worden gesteld om een gebied te beschermen tegen ingrepen;

·       de injectie van productiewater in het reservoir;

·       wijzigingen van voormalige provinciale inrichtingen;

·       ondergronds opslaan van afvalstoffen van buiten het mijnbouwwerk, of van gevaarlijke stoffen; 

·       gebruik van gronden of bouwwerken waar deze in strijd zijn met de provinciale verordening (zie ook Wro); 

·       de aanvraag van een omgevingsvergunning bij ‘injectie- en opslagprojecten’. 

Belanghebbende
Als de provincie een belang heeft bij de verlening van een winnings-, of omgevingsvergunning, is de provincie een belanghebbende. In deze rol kan de provincie bezwaar instellen tegen het besluit tot verlening (of niet) van een opsporingsvergunning en beroep instellen tegen het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning. Een beroep tegen een omgevingsvergunning is niet mogelijk als het een project van algemeen nationaal belang betreft waarop de Crisis- en Herstelwet (Chw) van toepassing is.  

Een provincie kan ook haar zienswijze indienen bij de Commissie-m.e.r. ten behoeve van het opstellen van de richtlijnen voor een MER