Aardwarmte

Wet- En Regelgeving

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. Op dit terrein zijn een aantal AMvB’s en regelingen tot stand gekomen op basis van de Wet milieubeheer  en de Wet ruimtelijk ordening.  

Er bestaan risico’s bij transport en risico’s bij inrichtingen.
Transportrisico betreft de externe veiligheid langs transportassen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, zoals buisleidingen, spoorlijnen en snelwegen. Externe veiligheidsrisico’s van buisleidingen betreffen de kans dat de inhoud van de leiding vrijkomt als gevolg van een breuk of lekkage. Voor aardgastransportleidingen met een werkdruk van 16 bar of meer (hogedruk aardgasleidingen) is per 1 januari 2011 het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht geworden. 
Risico bij inrichtingen gaat over externe veiligheid rond bedrijven waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan winningslocaties, gasopslagen of tankstations met lpg-verkoop. Belangrijke regelgeving bij inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Het Bevi geeft de risiconormen voor inrichtingen met gevaarlijke stoffen en de Revi geeft regels voor de uitvoering van het Bevi.

Ook wordt er onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico.
Plaatsgebonden risico (PR) is de plaatsgebonden kans per jaar dat een onbeschermd persoon komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico is weer te geven met een contour rondom een activiteit.
Voor het plaatsgebonden risico zijn grens- en richtwaarden in het besluit opgenomen. Die moeten worden toegepast bij de uitoefening van verschillende bevoegdheden op grond van de Wabo en de Wro, zoals bij de omgevingsvergunning en het inrichten en vaststellen van een bestemmingsplan.
Het groepsrisico (GR) geeft de kans per jaar aan dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) tegelijk dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) wordt weergegeven in een curve waarin het aantal personen is afgezet tegen de kans per jaar op (tegelijk) overlijden.

Externe veiligheid wordt beoordeeld bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag neemt bij de beslissing over een aanvraag voor een omgevingsvergunning de grenswaarde in het Bevi in acht en houdt rekening met de richtwaarde zoals bedoeld in het Bevi. Het verschil met interne veiligheid is dat hierbij de kans wordt beschreven dat personen die horen bij de activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, zelf slachtoffer worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om werknemers (zie Arbeidsomstandighedenwet).

Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen (doorgaans bij omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen), moet het bevoegd gezag het groepsrisico verantwoorden en beoordelen of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico.