Aardwarmte

Wet- En Regelgeving

Mijnbouwwet

Leeswijzer: Op dit moment doorloopt een geothermiebedrijf hetzelfde administratieve proces als een mijnbouwmaatschappij die olie of gas wil opsporen en winnen. In de praktijk is echter gebleken dat de gefaseerde manier van vergunningverlening bij olie- en gaswinning niet goed past bij aardwarmteprojecten. Dit is ook geconstateerd door SodM in haar rapport ‘Staat van de Sector Geothermie’. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat bereidt op dit moment een wetswijziging van de Mijnbouwwet voor waarin de vergunningverlening wordt aangepast aan de situatie bij geothermie. Tot de inwerkingtreding van deze wetswijziging geldt het huidige proces zoals beschreven in de Mijnbouwwet. 

 Heeft u nog vragen na het lezen van de uitleg op deze site dan kunt u contact opnemen met communicatie@ebn.nl

 Alle regels die betrekking hebben op het opsporen, winnen en opslaan van delfstoffen en aardwarmte zijn vastgelegd in de Mijnbouwwet (Mbw). De Mijnbouwwet biedt één overzichtelijk en kader voor een verantwoorde en doelmatige mijnbouw in Nederland, zowel voor mijnbouw op land als op zee. De Mijnbouwwet regelt mijnbouwspecifieke zaken, terwijl andere (algemene) zaken zo veel mogelijk worden overgelaten aan andere bestaande wetgeving, zoals de Wabo, en Wm). 

  • De Mijnbouwwet is van toepassing op de winning en opsporing van delfstoffen en aardwarmte en op het opslaan van stoffen beneden de oppervlakte van de aardbodem. Onder delfstoffen worden aardgas, aardolie of zout verstaan, maar geen grind, kalksteen of zand, etc.). De Wet is, met bepaalde uitzonderingen, alleen van toepassing op delfstoffen die op een diepte van meer dan 100 meter aanwezig zijn. Voor aardwarmte geldt een grens van 500 meter.  

  • De Mijnbouwwet bepaalt dat delfstoffen eigendom zijn van de Staat. Het eigendom van delfstoffen die met gebruikmaking van een winningsvergunning worden gewonnen, gaat door het winnen daarvan over op de vergunninghouder.  

  • De Staat deelt mee in de gasbaten, onder meer doordat de vergunninghouder verplicht is een overeenkomst te sluiten met het staatsbedrijf EBN B.V. Langs deze weg vloeit (doorgaans) 40% procent van de resultaten uit de verkoop van het gas terug naar de staatskas. Samen met de belastingen en specifieke mijnbouwafdrachten komt dit neer op ongeveer 70% van de opbrengsten uit de kleine velden. Voor het Groningenveld geldt een andere regeling. Deze regelingen gelden overigens niet voor aardwarmte, daar deelt de staat (nog) niet mee in de baten.   

  • De overige bepalingen van de Mijnbouwwet voorzien hoofdzakelijk in algemene regels waaraan vergunningen of ontheffingen van vergunningen dienen te voldoen. 

De Mijnbouwwet voorziet in de mogelijkheid nadere regels te stellen. Deze nadere regels zijn vastgelegd in het Mijnbouwbesluit en -regeling. De bevoegde instantie voor toepassing van de Wet is de Minister van Economische Zaken en Klimaat.