Aardwarmte

Wet- En Regelgeving

Natuurbeschermingswet

Zoals de soortenbescherming is geregeld in de Flora- en faunawet, zo is de gebiedsbescherming geregeld in de Natuurbeschermingswet (Nbw). De Natuurbeschermingswet regelt de bescherming van gebieden die in het kader van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn beschermd moeten worden. De volgende gebieden zijn aangewezen en beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet: 

  • Natura 2000-gebieden (gebieden voortvloeiend uit de Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden);

  • Beschermde Natuurmonumenten;

  • Wetlands.

Alleen binnen die gebieden is de wet van toepassing. Alle beschermde gebieden zijn opgenomen in de Gebiedendatabase.

Op grond van de Natuurbeschermingswet  dient een Natuurbeschermingswet-vergunning (Nbw-vergunning) te worden aangevraagd voor projecten of andere handelingen die een significant effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden. De beoordeling of een besluit significante effecten heeft op Natura 2000-gebieden wordt ook wel een ‘passende beoordeling’ genoemd. De Natuurbeschermingswet  biedt de mogelijkheid om een passende beoordeling deel te laten uitmaken van de m.e.r.-procedure. Het bevoegd gezag besluit of hiertoe wordt overgegaan. Provincies zijn verantwoordelijk voor natuurbeheer. De provincie is dus het bevoegd gezag bij een Natuurbeschermingswet-vergunning. 

Wanneer voor een project dat een significant effect op een Natura 2000-gebied kan hebben ook al een omgevingsvergunning is vereist, dan hoeft geen aparte Natuurbeschermingswetvergunning te worden aangevraagd. Er is dus geen aparte vergunning nodig; de vergunning wordt (verplicht) onderdeel gemaakt van de omgevingsvergunning.