Aardwarmte

Wet- En Regelgeving

Waterwet en Waterschapswet

In het Nederlandse waterrecht staan twee wetten centraal: de Waterwet en de Waterschapswet. 

Waterwet
De juridische instrumenten om het waterbeheer in Nederland tot uitvoering te brengen zijn neergelegd in de Waterwet. De Waterwet geeft in algemene bewoordingen aan wat de doelstellingen zijn van waterbeheer. 

Een belangrijk onderdeel van het waterbeheer is het beheer van ‘watersystemen’. Een watersysteem wordt gedefinieerd als een ‘samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken’. Deze lichamen worden afzonderlijk ‘Waterstaatswerken’ genoemd. Andere aspecten van waterbeheer zoals drinkwaterwinning en rioolbeheer worden in andere wetgeving geregeld, bijvoorbeeld de Drinkwaterwet en de Wet milieubeheer. 

Het beheer van een watersysteem is of geheel of gedeeltelijk aan het Rijk opgedragen, of geheel of gedeeltelijk aan de waterschappen. In het Waterbesluit worden de watersystemen aangewezen die geheel of gedeeltelijk in het beheer zijn van het rijk. Dit betreft de kust, grote rivieren en enkele belangrijke waterkeringen. Regionale watersystemen en de meeste primaire waterkeringen zijn bij provinciale verordening aan de waterschappen opgedragen. De taken en bevoegdheden van de waterschappen zijn vastgelegd in de Waterschapswet.

Het beleid en beheer ten aanzien van watersystemen wordt vastgelegd in plannen. Er zijn twee soorten waterplannen: strategische waterplannen en beheerplannen. In strategische waterplannen staan de hoofdlijnen van het waterbeleid. Op nationaal niveau is dit het Nationaal Waterplan, dat door de Minister van I&M wordt vastgelegd. Provincies stellen de regionale waterplannen vast. In het Waterbesluit staan regels voor de voorbereiding van het nationale waterplan. Beheerplannen worden vastgesteld door de Minister van I&M en de waterschappen dienen voor bij hen in beheer zijnde watersystemen een beheerplan vast te stellen.

Voor sommige handelingen in watersystemen is een vergunning op grond van de Waterwet vereist. De watervergunning is niet geïntegreerd in de omgevingsvergunning en kent een eigen vergunningstelsel. Dat gaat uit van één watervergunning en één bevoegd gezag. Vergunningsplichtige handelingen zijn:

Handeling: Toelichting Bevoegd gezag

  • Lozing op oppervlaktewater Lozingen op rijksoppervlaktewateren: Minister van I&M
  • Lozingen op oppervlaktewateren in beheer van het waterschap: Waterschappen
  • Lozing op rioolwaterzuiverings-installaties Met behulp van een pijp of leiding, niet zijnde een vuilwaterriool, op een zuiveringstechnisch werk lozen: Waterschappen  
  • Grondwateronttrekking en -infiltraties Ten behoeve van industriële toepassingen van meer dan 150.000 m2 water: Provincie 
  • Indien een aanvraag voor een watervergunning meerdere handelingen betreft waardoor meerdere organen bevoegd gezag zijn, dan is het hoogste gezag bevoegd om over de aanvraag te beslissen.

Waterschapswet
Het waterbeheer is in Nederland gedecentraliseerd. Het regionale beheer berust bij de waterschappen. In de Waterschapswet is onder meer vastgelegd wat de taken en bevoegdheden van de waterschappen zijn. De Waterschapswet is dus vergelijkbaar met de provinciewet en de gemeentewet.