Aardwarmte

Wet- En Regelgeving

Wet milieubeheer

De Wet milieubeheer (Wm) legt in grote lijnen vast welke wettelijke instrumenten er zijn om het milieu te beschermen en welke uitgangspunten daarvoor gelden. De belangrijkste instrumenten zijn milieuplannen en milieuprogramma's, milieukwaliteitseisen, vergunningen, algemene regels en handhaving. Ook bevat de wet de regels voor financiële instrumenten, zoals heffingen, bijdragen en schadevergoedingen. De Wm bepaalt wanneer bedrijven over een milieuvergunning moeten beschikken en welke overheid welke vergunningen verleent. De Wm geeft ook aan wanneer partijen een zogenoemde milieueffectrapportage (‘m.e.r.’) moeten doen. De Wm is een kader- of raamwet: hij bevat de algemene regels voor het milieubeheer. Meer specifieke regels worden uitgewerkt in besluiten en ministeriële regelingen.

Besluit algemene regels milieu mijnbouw (Barmm)
Speciale milieubeschermende voorschriften zijn verder opgenomen in het Besluit algemene regels milieu mijnbouw (Barmm) en de bijbehorende Regeling (Rarmm). Barmm staat voor ´Besluit algemene regels milieu mijnbouw”.

Vier weken voor de start van de boring op land moet de operator zijn voornemen om te gaan boren melden bij de Minister. Dit heet een Barmm-melding. De Minister is het bevoegd gezag voor meldingen in het kader van het Barmm. Deze melding omschrijft en onderbouwt hoe de operator aan de milieuregels voor bodem, lucht, licht, geluid en externe veiligheid zal voldoen. SodM toetst de melding, eerst op papier, daarna eventueel door inspectie op locatie tijdens de uitvoering van de boring.

De Minister van Economische Zaken heeft een  wijzigingsbesluit (vergunning aanleg boorgat) voorgehangen, waardoor er vanaf 1 januari 2017 (beoogd) weer een milieuvergunning nodig is voor het aanleggen of aanpassen van een boorgat. De Barmm-melding blijft dan bestaan voor het testen, onderhouden, repareren en buiten gebruikstellen van een boorgat met een mobiele installatie.


Besluit milieueffectrapportage
De Wet milieubeheer schrijft voor dat bij de voorbereiding van sommige publiekrechtelijke besluiten of plannen een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de omgevingsvergunningsprocedure of een bestemmingsplanprocedure. Het hoofddoel van een m.e.r.-procedure is het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Welke besluiten en plannen m.e.r.-plichtig zijn, dus waarbij een MER moet worden opgesteld, staat in Hoofdstuk 7 van de Wm en het Besluit milieueffectrapportage.


Provinciale milieuverordening
De provincies zijn op grond van de Wet Milieubeheer (artikel 1.2 Wm) verplicht om een provinciale milieuverordening (PMV) vast te stellen. In een provinciale milieuverordening wordt het provinciale milieubeleid, zoals vastgelegd in het provinciale milieubeleidsplan, vertaald in algemene regels. Provincies moeten om die reden bij het vaststellen van de milieuverordening ook rekening houden met het provinciale beleidsplan (artikel 1.2 lid 8 Wm).