Aardwarmte

Wet- En Regelgeving

Wet ruimtelijke ordening

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) regelt de manier waarop ruimtelijke plannen van Rijk, provincies en gemeenten tot stand komen. Het gaat daarbij om structuurvisies bestemmingsplannen, inpassingsplannen en AmvB/verordeningen.

Structuurvisies Het Rijk, de provincie en de gemeente moeten verplicht structuurvisies vaststellen (hoofdstuk 2 Wro). Structuurvisies zijn indicatieve plannen waarin op hoofdlijnen de voorgenomen ontwikkeling van een bepaald gebied wordt neergelegd. Daarnaast kunnen structuurvisies worden vastgesteld voor bepaalde aspecten van het ruimtelijk beleid. De samenhang met andere sectoren van beleid (economie, recreatie en dergelijke) wordt duidelijk gemaakt. Een structuurvisie is alleen bindend voor de opsteller. Doorwerking vindt plaats via Barro, provinciale ruimtelijke verordening en bestemmingsplan. Voorbeelden van rijksstructuurvisies zijn: de Structuurvisie Ondergrond, de Structuurvisie Windenergie op land en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. 

Bestemmingsplan
Daarnaast verplicht de Wet ruimtelijke ordening gemeenten een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied vast te stellen. Het bestemmingsplan bestaat uit kaarten en voorschriften en is voorzien van een toelichting. In het bestemmingsplan kan bijvoorbeeld worden vastgelegd dat voor bepaalde werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning vereist is. Bestemmingsplannen bevatten vaak uitsluitingen van boringen en seismisch onderzoek of de verplichting om voor sloopwerkzaamheden boven bepaalde drempels een omgevingsvergunning te hebben. Een bestemmingsplan wordt iedere 10 jaar vastgesteld en waarna een verlenging mogelijk is. Het plan vormt onder meer de basis voor de toetsing van omgevingsvergunningen. 

Inpassingsplan
Indien sprake is van nationaal of provinciaal belang, kan ook de provincie of de Minister bestemmingsplannen vaststellen. Deze plannen worden inpassingplannen genoemd (hoofdstuk 3 Wro). Dit inpassingsplan is een soort bestemmingsplan van de provincie of het Rijk, waarin de bestemming van een bepaald gebied wordt vastgelegd. Een inpassingsplan wordt geacht deel uit te maken van het bestemmingsplan of de bestemmingsplannen van de betreffende gemeente. Door de vaststelling van een bestemmingsplan wordt de bevoegdheid van lagere bestuursorganen uitgesloten.

AMvB/Verordening
Meer bindende instrumenten die de Minister en de provincie ter beschikking staan, zijn een AMvB en een verordening. In deze AMvB of verordening kan worden bepaald waaraan de inhoud van bestemmingsplannen moet voldoen