Aardwarmte

Verkennen

Fase 1 | Verkennen

Het transporteren van warmte is kostbaar en bovendien gaat er warmte verloren, het water koelt namelijk af. Daarom wordt aardwarmte bij voorkeur gewonnen in de omgeving waar het wordt gebruikt. Daarnaast moet de warmte ook uit de ondergrond te winnen zijn. Om te bepalen waar aardwarmte (technisch) winbaar is, onderzoekt een aardwarmtebedrijf de ondergrond. Het is een groot voordeel dat er in Nederland al veel kennis is over de (diepe) ondergrond. Dit komt omdat er in het verleden al veel onderzoek naar de diepe ondergrond is gedaan voor olie- en gaswinning. Al deze informatie is beschikbaar bij de Geologische Dienst Nederland (TNO) en kan door het aardwarmtebedrijf worden gebruikt in de verkenningsfase. 

Opsporen

Fase 2 | Opsporen

Als een aardwarmtebedrijf tijdens de verkenningsfase een geschikte locatie heeft gevonden waar ze naar aardwarmte willen boren, is er een opsporingsvergunning en een omgevingsvergunning nodig. Deze vergunningen vraagt het bedrijf aan bij de minister van Economische Zaken en Klimaat.

Zodra de opsporings- en omgevingsvergunningen afgegeven zijn kan het bedrijf starten met het in orde brengen van het boorterrein. Na het opbouwen van een boortoren kan het boren beginnen. Het boren duurt ongeveer twee maanden per put, afhankelijk van de diepte. Hoe dieper, hoe langer het duurt. Tijdens het boren worden voortdurend metingen gedaan en monsters genomen. Hiermee controleert het aardwarmtebedrijf of de resultaten overeenkomen met de verwachtingen uit de onderzoeken in de verkenningsfase. 

Wanneer er warm water is gevonden en blijkt dat aardwarmtewinning mogelijk is, wordt een tweede put geboord. Deze twee putten samen heten een doublet en vormen de productielocatie.

Winnen

Fase 3 | Winnen

Om aardwarmte te mogen winnen, zijn een winningsvergunning en een omgevingsvergunning nodig en ook een goedgekeurd winningsplan. Zodra deze zijn afgegeven, kan het aardwarmtebedrijf starten met de aardwarmtewinning.

Continu wordt warm water uit het reservoir via de put omhoog gepompt en door een warmtewisselaar gevoerd. De warmtewisselaar haalt de warmte uit het water. Deze warmte stroomt vervolgens via een ondergronds warmtenet naar kassen, bedrijven en woningen. Het afgekoelde water wordt via de tweede put weer terug in de oorspronkelijke aardlaag gepompt. De hoeveelheid te onttrekken warmte hangt af van de vraag, in de zomer is er minder warmte nodig, en vindt er dus minder winning plaats.

Bewaking van de installatie gebeurt meestal automatisch en op afstand. Er zijn eisen verbonden aan bijvoorbeeld visuele inspecties en het reageren op verstoringen en alarmen.

Men rekent erop dat een doublet ongeveer 30 jaar warmte kan leveren, en dat dan de productietemperatuur te veel gedaald kan zijn (door toestroming van kouder ‘injectiewater’) om nog efficiënt te kunnen produceren. Afhankelijk van de lokale ondergrondse situatie kan deze periode langer of korter zijn. Als de put niet langer voldoende produceert wordt de locatie in principe opgeruimd. Het is ook mogelijk om elders in de buurt een nieuwe productieput te slaan om de winning van aardwarmte voort te zetten.

 

Opruimen

Inspraak

Uiterlijk een jaar na het stoppen van de winning moet het aardwarmtebedrijf een sluitingsplan indienen bij de minister van Economische Zaken en Klimaat. Een belanghebbende kan inspraak hebben in het besluit tot goedkeuring van het sluitingsplan of de verlening (of afwijzing) van een omgevingsvergunning. De inspraakmogelijkheden bij een sloopmelding zijn beperkt. Als de gemeente heeft bepaald dat er een omgevingsvergunning nodig is voor de sloop van bouwwerken zal deze moeten worden aangevraagd. Tegen de beslissing tot verlening of weigering van de omgevingsvergunning staat bezwaar open bij het bestuursorgaan dat de vergunning heeft verleend, en vervolgens beroep. Bij geen bezwaar is de vergunning onherroepelijk na zes weken. Daarnaast zal het aardwarmtebedrijf in de praktijk vaak aankondigen wat de plannen zijn en erover informatiebijeenkomsten organiseren.

×