Aardwarmte

Verkennen

Fase 1 | Verkennen

Het transporteren van warmte is kostbaar en bovendien gaat er warmte verloren, het water koelt namelijk af. Daarom wordt aardwarmte bij voorkeur gewonnen in de omgeving waar het wordt gebruikt. Daarnaast moet de warmte ook uit de ondergrond te winnen zijn. Om te bepalen waar aardwarmte (technisch) winbaar is, onderzoekt een aardwarmtebedrijf de ondergrond. Het is een groot voordeel dat er in Nederland al veel kennis is over de (diepe) ondergrond. Dit komt omdat er in het verleden al veel onderzoek naar de diepe ondergrond is gedaan voor olie- en gaswinning. Al deze informatie is beschikbaar bij de Geologische Dienst Nederland (TNO) en kan door het aardwarmtebedrijf worden gebruikt in de verkenningsfase. 

Opsporen

Inspraak

Er zijn formele en informele mogelijkheden om uw mening te geven of bezwaar te maken in de opsporingsfase van een aardwarmteproject. Een belanghebbende kan inspraak hebben in het besluit tot verlening (of afwijzing) van de opsporingsvergunning en/of de omgevingsvergunning. Daarnaast zijn er inspraakmomenten in de m.e.r.-procedure.

Tevens is inspraak mogelijk via de provincie. De provincie treedt bij het verlenen van de opsporingsvergunning op als adviseur van de Minister. De provincie betrekt hierbij de gemeenten en waterschappen van het gebied waarop de aanvraag betrekking. Provincies kunnen ook drinkwaterbedrijven en plaatselijke milieuverenigingen in hun advies betrekken.

Op het moment dat de operator de daadwerkelijk activiteiten wil uitvoeren is een omgevingsvergunning nodig en eventueel een MER. Bij de omgevingsvergunning hebben de betreffende provincie en gemeente(n) een algemeen adviesrecht. Wanneer een operator een zogenoemde startnotitie voor een MER heeft ingediend bij de minister, wordt dit bekendgemaakt. Burgers en overheden kunnen vanaf dan bij de Commissie-m.e.r. hun punten inbrengen voor het opstellen van de richtlijnen voor de uiteindelijke MER. Het concept-besluit wordt samen met de eventuele MER ter inzage gelegd. Geïnteresseerden, zoals bestuursorganen en omwonenden, krijgen zes weken de tijd om hun zienswijze in te dienen ten aanzien van het concept-besluit en de eventuele MER. Voor belanghebbenden staat tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning geen bezwaar, maar wel rechtstreeks beroep bij de rechter open. Daarnaast zal het aardwarmtebedrijf in de praktijk vaak aankondigen wat de plannen zijn en hierover informatiebijeenkomsten organiseren.

×

Winnen

Fase 3 | Winnen

Om aardwarmte te mogen winnen, zijn een winningsvergunning en een omgevingsvergunning nodig en ook een goedgekeurd winningsplan. Zodra deze zijn afgegeven, kan het aardwarmtebedrijf starten met de aardwarmtewinning.

Continu wordt warm water uit het reservoir via de put omhoog gepompt en door een warmtewisselaar gevoerd. De warmtewisselaar haalt de warmte uit het water. Deze warmte stroomt vervolgens via een ondergronds warmtenet naar kassen, bedrijven en woningen. Het afgekoelde water wordt via de tweede put weer terug in de oorspronkelijke aardlaag gepompt. De hoeveelheid te onttrekken warmte hangt af van de vraag, in de zomer is er minder warmte nodig, en vindt er dus minder winning plaats.

Bewaking van de installatie gebeurt meestal automatisch en op afstand. Er zijn eisen verbonden aan bijvoorbeeld visuele inspecties en het reageren op verstoringen en alarmen.

Men rekent erop dat een doublet ongeveer 30 jaar warmte kan leveren, en dat dan de productietemperatuur te veel gedaald kan zijn (door toestroming van kouder ‘injectiewater’) om nog efficiënt te kunnen produceren. Afhankelijk van de lokale ondergrondse situatie kan deze periode langer of korter zijn. Als de put niet langer voldoende produceert wordt de locatie in principe opgeruimd. Het is ook mogelijk om elders in de buurt een nieuwe productieput te slaan om de winning van aardwarmte voort te zetten.

 

Opruimen

Fase 4 | Opruimen

Als een locatie niet meer in gebruik is, moet het aardwarmtebedrijf deze opruimen. Het maakt daarvoor een sluitingsplan en een werkprogramma sluiting, met daarin een beschrijving van de uit te voeren activiteiten, een planning, wat er gebeurt met de materialen die worden afgevoerd en ook een beschrijving hoe het terrein wordt achtergelaten. In principe wordt de locatie ook bovengronds in oude staat hersteld, tenzij met de eigenaar andere afspraken worden gemaakt.